Stel de ventilatiecurve in
Om een goede balans te verkrijgen tussen aan- en afvoer van lucht stel je een ventilatiecurve in op 1 m3 per kilogram gewicht bij een buitentemperatuur van 20 °C. Bij een lagere buitentemperatuur komt hier een correctie overheen.
| Dag |
Norm bij 20 °C (m3/kg) |
| 1-7 |
1,5 |
| 8-14 |
1,2 |
| 15-42 |
1,0 |
Norm voor ventilatiecurve bij een buitentemperatuur van 20 °C.
Verfijn de minimum ventilatie
Om het juiste minimum te verfijnen, corrigeert u de minimum ventilatie naar de gewenste relatieve luchtvochtigheid (RV). Deze is naast CO2 de eerste beperkende factor en het meest aanwezig in huidige pluimveestallen. Als vuistregel geldt: Streefwaarde staltemperatuur + RV = 85. Per 5% verhoging van de RV verhoogt u de minimum ventilatie met 1%. Met het toepassen van deze vuistregel creëert u het optimale microklimaat op dierniveau. De instellingen zijn per fabrikant verschillend; kies de regeling die met kleine stapjes tot de norm bijstelt.
Maximum ventilatie
Waar de minimum ventilatie van belang is voor voldoende afvoer van gassen en vocht, voorkomt de maximum ventilatie ongewenste luchtstromingen oftewel tocht op de dieren. De maximale luchtsnelheid op dierniveau mag 0,2 m/sec zijn. Stel daarom uw curve de gehele ronde af op maximaal 3,6 m3 per kilogram dier in de stal. Bij uitzonderlijke weersomstandigheden is het wellicht nodig de maximum ventilatie aan te passen; doe dit in overleg met uw adviseur.