Jongvee op norm voeren belangrijk bij verlagen ALVA

07 jun. 2026

"Om een vaars af te laten kalven op 22 tot 24 maanden is het belangrijk om ook uw jongvee na de melkfase van een optimaal rantsoen te voorzien. De kuilanalyses (liefst met mineralen en spore elementen) zijn daarvoor een prima hulpmiddel", zo is de tip van Sjaak de Kleijne, specialist Jongvee. Het verlagen van de ALVA kan u aanzienlijk meer ontwikkelruimte opleveren.

Uw jongvee op de norm voeren is essentieel wanneer u de afkalfleeftijd van uw vaarzen (ALVA) wilt verlagen. "Met kuilanalyses kan uw eigen adviseur Rundvee, die de voedingsnormen per leeftijdscategorie kent, exact voor u berekenen welke aanvullingen er bij welke leeftijdscatogerie nodig zijn naast het ruwvoer. Iets wat ook belangrijk is voor het efficiënt omgaan met fosfaat", aldus De Kleijne. "Laat het complete jongveerantsoen altijd doorrekenen, zoals u dat gewend bent bij droogstaande en melkgevende koeien."

Verlagen ALVA geeft ruimte voor koeien

Het verlagen van de ALVA naar 22 tot 24 maanden loont, zo is de overtuiging van Sjaak de Kleijne. "Een kortere opfokperiode betekent dat er minder jongvee nodig is voor de vervanging en daarmee meer fosfaatruimte beschikbaar is voor melkproductie." De Kleijne illustreert dit met een rekenvoorbeeld: op een bedrijf met 100 melkkoeien en een vervangingspercentage van 35% heeft u bij een ALVA van 24 maanden, 6 stuks jongvee minder nodig dan bij een ALVA van 26 maanden. Als u daarnaast het vervangingspercentage terugbrengt van 35 naar 30%, heeft u ruimte om 5 koeien meer te melken."

Sjaak de Kleijne specialist jongvee

Een kortere opfokperiode betekent dat er minder jongvee nodig is voor de vervanging en daarmee meer fosfaatruimte beschikbaar is voor melkproductie.

Verlagen ALVA geeft ruimte voor koeien

Het verlagen van de ALVA naar 22 tot 24 maanden loont, zo is de overtuiging van Sjaak de Kleijne. "Een kortere opfokperiode betekent dat er minder jongvee nodig is voor de vervanging en daarmee meer fosfaatruimte beschikbaar is voor melkproductie." De Kleijne illustreert dit met een rekenvoorbeeld: op een bedrijf met 100 melkkoeien en een vervangingspercentage van 35% heeft u bij een ALVA van 24 maanden, 6 stuks jongvee minder nodig dan bij een ALVA van 26 maanden. Als u daarnaast het vervangingspercentage terugbrengt van 35 naar 30%, heeft u ruimte om 5 koeien meer te melken."