Interval
- Houd uw koeien op het gewenste melkinterval van 6,5 – 13,5 uur. Eerder melken geeft een te hoge belasting van de slotgaten. Bij meer dan 13,5 uur tussen de melkingen gaat de productie dalen.
- Verander de permissiematrix niet te snel. Koeien zijn gewoontedieren, als het ritme ineens anders is kan uw koe een ophaaldier worden omdat haar gewoonte doorbroken is. Als de toelatingsmatrix is gebaseerd op kilogrammen melk en lactatiestadium gaat de overgang geleidelijk en is dit geen probleem.
Krachtvoer
- Koeien dienen minder krachtvoer per keer in de krachtvoerbox te krijgen dan in de robot, anders is de stimulans om naar de robot te komen te laag.
- Pas de voeding van uw vaarzen aan. Vaak is de uiercapaciteit bij deze jonge dieren de beperkende factor om meer melk te geven. Met een melkrobot gaan ze dus vaak meer melk geven. Een vaars die 40 kg melk geeft mag gerust 11 kg of meer krachtvoer.
Rantsoen
- Een aanschuifsysteem is een must bij robotmelken. Uw dieren vreten 8 á 9 keer per dag. Stimuleer ze met een aanschuifysteem om op te staan, te eten én te melken.
- Heeft u geen aanschuifsysteem? Voer dan ’s avonds, zodat er ’s nachts voldoende voer voor ligt en u overdag het voer een paar keer kunt aanschuiven.
- Selectie voorkomen is essentieel om alle dieren hetzelfde rantsoen aan te bieden. Gemengd Voeren 2.0 kan u helpen om selectie in het gemengde rantsoen te voorkomen.
Uw adviseur én de specialist robotmelken in uw regio helpen u graag om nog meer melk uit uw robot te halen.